| |
noordeuropareizen.nl
 
terug
reisverslagen
Verslag 19-daagse Noordkaapreis
langs kampeerhutten met de Motor 2008.
Op 15
juni vertrokken we voor een reis van ca. 3 weken met 4 personen, en
4 motoren, naar de Noordkaap. We werden uitgezwaaid door familie en
kennissen, net of we een wereldreis
gingen maken.
Onze motoren: Suzuki GSX 1400,
Kawasaki GTR , Honda ST 1300, Yamaha FJR 1300.
We hebben gekozen voor
kampeerhutten, en kwamen terecht bij Scan Britain, een
gespecialiseerd internetreisbureau. De reis begon in Westerlee
(Groningen) en omdat we pas tegen 17:00 uur in Kiel moesten zijn
voor het inschepen, besloten we om niet over de Autobahn te gaan,
maar binnendoor. We reden over allerlei mooie kleine
binnenweggetjes richting Wischhafen, waar we de veer over de Elbe
namen naar Glűckstadt.
Als je via de Elbe-tunnel naar Kiel rijdt, hou dan rekening met
file’s!
Na Glűckstadt gingen we verder richting Kiel langs Wellenkamp,
Itzehoe, Gnutz, Nortorf, Rammsee naar Kiel.
Stena Line Kiel-Göteborg
Mooi op tijd (16:00 uur)
arriveerden we bij de Terminal van de Stena Line. Tip! Als je
op de motor bent, zorg dan altijd dat je, hoe onbeleefd ook, vooraan
in de rij komt te staan. Desnoods zet je de motor naast de rij! Je
kunt dan meestal als eerste aan boord, en hebt vaak voldoende ruimte
om de motor rustig en goed vast te zetten. De motor wordt vastgezet
middels een spanband over de buddyseat. Uit ervaring weet ik dat de
seat hierdoor beschadigd kan worden. Ik zorg er altijd voor dat ik
iets tussen het zadel en de spanband kan leggen, bijvoorbeeld
handschoenen of m’n regenpak. Hierdoor voorkom je beschadigingen.
s’Morgens om 09:00 uur konden we het schip verlaten in Gőteborg.
Volg niet de route direct naar de E 6, maar rij 5 km naar het
zuiden, en volg dan de borden E 6 . Als je eenmaal op de E 6 bent,
hou dan de borden van de 45 aan. Als je eerst een stukje naar het
zuiden gaat, vermijdt je een druk stuk door Gőteborg.
De route ging van Gőteborg naar Sollerö (480 Km). Het eerste stuk
van de weg is niks aan. In de reisbeschrijving staat dat de Gőta Alv
sluizen in Trollhättan leuk zijn om te bekijken. Deze sluizen hebben
een hoogte verschil van van 32 meter overbrugd.
Het Gotakanaal is begin 19e eeuw aangelegd en bestaat voor een deel
uit meren, rivier en stukken kunstmatig aangelegd water. Door het
kanaal, samen met Lake Vannern en het Trollerhammer kanaal wordt
hiermee een verbinding gecreëerd tussen West en Oost Zweden. In het
kanaal zijn zo'n 70 sluizen opgenomen en in het Trollerhammer kanaal
nog 6. Het hoogste punt bedraagt 92 meter en maximale vaarsnelheid
is 5 knopen. We hielden de 45 aan tot Solleron. Onderweg waren ze
dikwijls bezig de weg te herstellen na de winter. Dit gaat anders
dan bij ons. Grote stukken asfalt waren weggehaald, en hiervoor in
de plaats was grind gestort. Vooral de grotere keien zijn niet
prettig als je er op de motor overheen moet. We hadden stukken
gravel van 40 kilometer. Wees gewaarschuwd, als het regent herken je
je motor niet meer terug. De wegwerkzaamheden, en het off road
rijden kwamen we over de hele 45 tegen.
De 45 is een hoofdverkeers ader, maar als je erop rijdt, is er niks
wat daaraan herinnerd.
Het laatste stukje naar de Sollerö camping, was een waar genot.
Hoewel de snelheidsregels in heel Scandinavië erg streng zijn, kon
ik me niet meer inhouden, en zou en moest nog even het gas
opentrekken. Op de camping aangekomen, meldden we ons bij de
receptie en kregen de sleutels van 2 kampeerhutten. We hadden nooit
eerder gebruik gemaakt van kampeerhutten, en wisten dus niet wat ons
te wachten stond. Uit de folder hadden we opgemaakt, dat niet iedere
hut de beschikking heeft over stroom, of beddengoed. Omdat het mij
niks leek om met 4 personen in 1 hut te overnachtten, had ik voor de
hele reis 2 tweepersoons hutten gereserveerd. De hutten in Solleron
waren redelijk ruim, en alles was er aanwezig. We gingen naar het
restaurant op de camping om iets te eten. Achteraf blijkt dit bijna
nergens te kunnen. Veel campings hebben wel een eenvoudige
kampwinkel, met de meest voorkomende levensmiddelen, maar eten kun
je er niet.
Een mooie tocht met veel bos, meren en rivieren
Na een redelijke nachtrust vertokken we de volgende morgen naar
Östersund, een rit van 350 km. De wegen zijn heerlijk rustig, en je
komt steeds minder verkeer tegen. Onderweg stopten we bij toeval bij
een oud benzine station, die omgebouwd was tot restaurant. Hier kon
je onbeperkt ontbijten voor omgerekend 6 euro. Dit schijnt in heel
Zweden te kunnen, dus onthouden.
Na een tijdje kwamen we in Vallarväge, met een groots uitzicht over de omgeving. Na een mooie tocht met veel bos,
meren en rivieren, kwamen we in Horten. Het was tegen de middag. We stopten bij een hotel, en
wat bleek, voor 7 euro kon je hier onbeperkt warm eten. Soorten
vlees, vis, groenten en salades in overvloed.
Voldaan gingen we de motoren weer aanslingeren, en
vervolgden we de reis richting Ostersund.
We komen aan in Duvberg, dit is een hoog gelegen boerendorp met een
karakteristieke Zweedse nederzetting, en een prachtig uitzicht over
Sveg.
In Näs zouden grafheuvels zijn.
Na veel zoeken vonden we ze eindelijk. Dit was een teleurstelling,
want het stelde bitter weinig voor. Het kerkje uit de middeleeuwen
zou ook een bezichtiging waard zijn. Van buiten was het een leuk
kerkje, maar de deur zat op slot, dus van binnen weet ik het niet.
Wel weet ik dat het gezien de tijd die het gekost heeft om dit alles
te vinden (zeer slecht aangegeven) het niet de moeite waard was.
Inmiddels waren we erachter gekomen, dat een rit van 300 km. hier de
hele dag gaat duren. Door de vele wegwerkzaamheden (ieder jaar na de
winter), de vele mooie plekjes, en de snelheidsbeperkingen, is het
bijna onmogelijk om de route van de dag te rijden, en dan ook nog
veel te bekijken. Laat in de middag arriveerden we op de camping in
Ostersund. Ook hier weer nette huisjes, met alles aanwezig. s’Avonds
gingen we de stad in om te eten.
De volgende dag gingen we rond 09:00 uur op weg naar Slagnas, een
rit van 410 km. De route ging nog steeds over de 45.
Even voor Storuman moet je niet links af naar Storuman, maar
rechtsaf om de Stensele Kyrka te kunnen bekijken. Volgens de folder
de grootste houten kerk van Zweden. De kerk is groot, voor een
houten gebouw, maar van buiten is het een behoorlijke afknapper. De houten Noorse kerk in de Harz
(Duitsland is vele malen mooier). Gelukkig was de deur open, en
konden we een kijkje gaan nemen in de kerk. Dit maakte veel goed.
Van binnen was de kerk prachtig, mooie versieringen, veel antieke
kerkstukken, prachtige antieke kachels, en je kunt er in diverse
talen uitleg krijgen over de geschiedenis van de kerk.
In Storuman zou een mooi uitzichtspunt zijn. Als je Storuman
binnenrijdt, zie je bij de verkeerslichten s ‘werelds grootste
houten beer. Leuk om te zien. Het uitzichtspunt ligt echter niet in
Storuman, maar je moet bij de verkeerslichten rechtdoor, de E 12 op.
Na ongeveer 9 km moet je rechts-af, en na een leuk, en soms steil
weggetje, kom je in een dorpje met ca. vijf huizen waar je een
prachtig uitzicht over de meren hebt.
Tegen 17:00 uur kwamen we in de stomende regen aan in Slagnas. Een
leuke kleine camping. Maar weer niks te eten. Gelukkig was hier wel
een supermarkt in de buurt
.

Saami, saamen of Lappen
De volgende dag hadden we een route
van 215 km naar Kronogard. Omdat dit een korte route was, gingen we
eerst richting Arjeplog. Ca. 15 km. van Slagnas ligt een Saami
nederzetting. Na het betalen van omgerekend 20 euro, kregen we een
rondleiding over het terrein. De Sami zijn rendier herders, die nog
volgens de traditionele manier leven. Dus puur van het houden van
rendieren ( en het toerisme natuurlijk). De Saami (ook
Sami of Saamen) zijn een van oorsprong nomadisch volk dat
het Noord-Scandinavische Lapland bewoont.
Ze zijn ook bekend onder de naam Lappen, die ze zelf als een
belediging beschouwen.
De Saami leefden traditioneel als nomaden die rendierkudden volgden
in hun jaarlijkse voedseltrek. De rendieren leverden de Saami melk,
vlees en huiden en deden bovendien dienst als trekdier voor de
slede, het vervoermiddel bij uitstek in dit gebied.
De Saami woonden in tenten (van rendierhuid) die gemakkelijk af te
breken en te vervoeren waren. Alleen in de winter bleven de Saami en
rendieren op één plaats; in plaats van in tenten leefden ze dan in
lage stenen huizen, die met aarde bedekt werden om ze tegen de felle
vrieskou te beschermen.
Vanaf de 17e eeuw is de levenswijze
van de Saami sterk veranderd. Slechts een klein percentage voert nog
een nomadisch bestaan, en dan doorgaans nog slechts een deel van het
jaar. De meeste Saami hebben zich als visser, landbouwer of
zelfstandige ondernemer gevestigd. Hun leven verschilt tegenwoordig
in weinig opzichten van dat van andere Scandinaviërs. De
traditionele kleurige kleding van de Saami wordt meer en meer tot de
folklore gerekend, evenals de traditionele muziek van de Saami, de
zogenaamde
Joik.
We kregen koffie, waarvan het water uit de rivier gehaald was, en
nadat de koffie op een kampvuur aan de kook gebracht was, mochten we
dit drinken uit houten mokken. Smaken verschillen, maar ik vond dit
één van de hoogtepunten van deze reis. Nadat we weer vertrokken
waren, zagen we na 5 km. de eerste loslopende rendieren. Later bleek
dat je ze werkelijk overal tegenkwam, het meest naast en op de
wegen.
Na dit bezoek gingen we volgens de route naar Arvidsjaur. We zijn de
Vittjåk (724 meter hoog) opgereden, en hebben een prachtig uitzicht
over de omgeving gehad.
Na Arvidsjaur gingen we naar Storfossen. Dit is heen en terug 60 km
omrijden, maar zeer beslist de moeite waard. Deze immense waterval
en stroom versnellingen in de Piteålv rivier met een verval van 80
meter over een afstand van 5 kilometer is het bekijken meer dan
waard. Ook voor gehandicapten is dit goed te bekijken, over het hele
terrein was een houten looppad gemaakt voor rolstoelen. Opvallend
is, net als trouwens in heel Scandinavië de vele grill mogelijkheden
op het terrein. Overal kun je zitten grillen of barbecuen.
Tegen 17:30 kwamen we in Kronogard aan. De eerste indruk was een
slecht onderhouden dorp, die met zijn laatste stuiptrekkingen bezig
was. We moesten benzine hebben, en de enigste benzinepomp zat bij
een supermarkt in. Om de benzine te kunnen betalen, moest je achter
aansluiten bij de kassa in de supermarkt. Zo ging tanken wel lang
duren. De Kronogard Vildsmakrkanleggning lag buiten het dorp. Je
moet over een onverharde weg van 13 km. Op de camping aangekomen,
bleek er weer niks te eten te zijn.
Het volgende restaurant was 70 km verderop. Dus weer 13 km onverhard
terug. Een personeelslid van de camping kwam bij
ons, en vroeg of we zin hadden in pizza. Tuurlijk, hij zou dit laten
brengen uit het dorp. En ja hoor, de eigenaar van de supermarkt kwam
er na een uurtje aan met 4 diepvries pizza’s. Leuk als je geen oven
hebt. Gelukkig was iemand van de camping zo goed om voor ons de
pizza’s even warm te maken.
We waren onderweg al gewaarschuwd voor muggen. Het leek ons sterk
overdreven, tot!!!
De muggen s’avonds in Zweden hebben ons compleet opgegeten. Diverse
middeltjes gekocht, maar niets hielp, het leek alleen maar erger te
worden. Het enigste wat helpt is een kampvuur maken, die veel rookt.
De vele muggen hebben ervoor gezorgd dat we nooit meer in juni naar
Zweden gaan. Ze prikken je dwars door de kleding heen.

De volgende morgen was het weer bewolkt. Vandaag naar Muonio in
Finland. Onderweg nog even over de Poolcirkel, en een certificaat
meenemen. Ging mooi niet door, want veel winkels in Zweden gaan pas
om 11:00 uur open.
De poolcirkels zijn bijzondere parallellen op 66½° NB en ZB.
Op de poolcirkels komt de zon één dag per jaar niet op en gaat de
zon één dag per jaar niet onder. Het aantal dagen per jaar dat de
zon niet opkomt of niet ondergaat, wordt groter naarmate men vanaf
de poolcirkels in de richting van de polen gaat.
Muonio leek een prachtige camping toen we voor de receptie in het hotel
stonden. Alles groots en nieuw, keurig personeel, kortom leek goed.
De huisjes waren een fikse domper, oud, klein en de douche was een
behoorlijk stuk van de huisjes weg. Maar ja, we zaten droog.
De Olostunturi (509 meter) zou een mooie blik over Muonio geven.
Alleen jammer dat we de weg naar de berg niet konden vinden.
Midsummer
Het was 21 juni, dus de langste dag. In Scandinavië wordt dit
uitgebreid gevierd, en zo ook op deze camping. Hele familie’s waren
van heinde en verre bij elkaar gekomen met caravans, campers en
tenten om de langste dag te vieren. Er was een enorme brandstapel
bij de rivier gemaakt, die om 00:00 uur aangestoken werd. (vlak bij
een bos). Het feest ging gepaard met veel, heel veel drank. Ik heb
bijna geen local gezien die nog recht kon staan. Wij lagen al op
bed, maar konden horen dat er om 05:00 uur nog gevierd werd.
Het slapen ging trouwens niet best. Het wordt helemaal niet donker,
en het verduisteren van de ramen hielp ook al niet veel. De volgende
morgen toen we wakker werden, regen, regen en nog eens regen.
We moesten vandaag naar Skoganvarre, een rit van 370 km. Het
landschap in Finland, viel ons tegen, maar dit kwam ook door de
regen. Enotekio zou een leuk plaatsje zijn. We hebben gezocht,
gevraagd, niemand die er iets van wist. Ik kon niks leuks in het
plaatsje ontdekken. Zelfs de inwoners wisten niet wat er bedoeld
werd. We zijn toen doorgereden naar Noorwegen. Het uitzicht werd
steeds mooier en ruiger. In Kautekeino hebben we tussen de middag
warm gegeten. Ook hier weer voor relatief weinig geld onbeperkt warm
eten.
Na het eten weer op weg, regen en nog meer regen. De omgeving was
prachtig, maar door de regen en de laaghangende bewolking mis je
toch veel van het uitzicht. De wegen waren goed, en de bochten een
droom voor iedere motorrijder. Je kunt in Scandinavië echter nooit
vol door de bochten gaan. Overal op de wegen kom je dieren met
zelfmoord neigingen tegen.
In
een klein gehucht stond een bordje dat er een restaurant was. Vanaf
de weg, leek het helemaal nergens op, en we wilden al doorrijden.
Toch nog maar even kijken, en zowaar het restaurant lag achter het
gehucht. Het waren prachtige blokhutten, die met veel smaak
ingericht waren. Deze Lodge was zo’n zeldzaam pareltje die je soms
onderweg tegenkomt. Het was een lust voor het oog. We vroegen of we
koffie konden drinken, en dit was geen probleem. Snel werd de
openhaard aangestoken, en de eigenaresse zei, doe de natte spullen
maar uit, en laat ze drogen. Nadat we weer enigszins mens waren,
moesten we toch weer verder. Het regende niet meer, het goot nu.
In Skoganvarre snel naar de camping. Ook hier weer hetzelfde
verhaal, netjes, ruim, en geen restaurant. Gelukkig was er in
Skoganvarre wel gelegenheid genoeg om te eten.
De volgende dag naar Honningvag, 190 Km. Het was bewolkt maar droog.
Onderweg even bij een souvenirshop gestopt. Leuk, totdat de ene na
de andere bus met toeristen stopte. Naar het toilet gaan, was in de
rij gaan staan. Stel je de wc’s eens voor als er ..? mannen hun
blaas geleegd hebben. Gelukkig waren mijn nieuwe Alpinestars Goretex
laarzen toen nog waterdicht. Snel even een hap en koffie, en
wegwezen richting Honningvag. De omgeving werd steeds ruiger. Sneeuw
op de toppen, soms motregen.
De Porsangerfjord is een belevenis op zich. De weg loopt pal langs
de oever. Ook hier veel rendieren, dus kijk uit. Vlak voor de eerste
tunnel waar tol betaald moest worden (Nordkapptunnel) ging er een
weg (geen naam) naar rechts.Toch maar even ingereden, en zodoende
kwamen we in een klein vissersplaatsje. Heel apart, vissersbootjes,
huizen op palen en rendieren in de straten. We hebben hier een
kop koffie gedronken, en natuurlijk weer veel beeldmateriaal
verzameld.

Eindelijk de Nordkapp
In Honningvag de camping gezocht. Dit viel nog niet mee, omdat de
beloofde borden er niet stonden. Veel gezocht, en uiteindelijk bleek
de camping nog 7 km verderop te liggen. Ook hier weer keurige
accommodatie, en we werden in het Nederlands verwelkomd. Op de
Nordkapp camping kun je wel eten en ontbijten.
s, Middags naar de NordKapp. Prachtige weg erheen, veel bochten,
afgronden en geen vangrail. Toen we aankwamen was het mistig. Niet
best. We hebben foto’s gemaakt, en wilden al weg gaan, toen de mist
optrok, en zowaar het zonnetje erdoor kwam. De Noordkaap wordt in
Noorwegen een Toeristenval genoemd. We weten nu waarom. Alles heeft
zijn prijs. Zorg er wel voor dat u met Noorse kronen betaald. Een
reisgenoot had niet genoeg, en vroeg of hij met Euro’s kon betalen.
Dat kon, maar de toegangsprijs in Kronen werd omgezet in Euro’s,
zodat een kaartje ineens wel heel erg duur werd. Dus maar gauw geld
geleend.
Op de Noordkaap leuke foto’s gemaakt, toen het ineens weer mistig
werd. Ik zei dat we beter weg konden gaan, en eventueel later op de
avond weer terug konden gaan. Niks te vroeg, want op de weg naar
beneden, heel snel, nog geen 10 meter zicht. En dat met al die
bochten zonder vangrails.
s’Avonds maar even terug om in Honningvag te eten aan de haven. Het
eten in Noorwegen is iets duurder dan bij ons. Koffie is vaak bij de
prijs van het eten inbegrepen. Luxe artikelen zoals drank, tabak etc
zijn echter erg duur. Het gaat in de restaurants vaak anders dan we
hier gewend zijn. Je moet zelf naar de balie gaan om een keuze te
maken, betalen, en pas dan wordt het eten aan tafel gebracht. Heel
apart is dat op bijna alle vlees Cranberries of Jam gedaan wordt.
Een Carbonade is een gehaktbal! Een Omelet is een roerei, en een Egg
is een gebakken ei. Even weten dus.
Zoals gezegd, was het de bedoeling om laat op de avond nog even weer
naar de Noorkaap te gaan, vanaf de camping maar 25 km. Het regende
echter weer, en we bleven dus op de camping. Het viel ons op dat er s’avonds bussen vol toeristen af en aan reden naar de Kaap. Echt een
massa industrie geworden.
Hoezo
romantiek reis naar de Noordkaap
De romantiek die vroeger aan een reis naar de Kaap toegeschreven
wordt, bestaat niet meer. Wel troffen we onderweg motorrijders uit
diverse landen, zoal de Spanjaarden die met auto en aanhanger waarop
hun motoren stonden naar de Kaap gingen. Ongeveer 100 km voor de
Kaap werden de motoren uitgeladen, en werd de reis op de motor
voortgezet. Zo kan het ook, ben je toch op je motor naar de
Noordkaap geweest. Nee, dan meer respect voor de scooterrijder op
zijn 50 cc’tje uit Zuid Afrika, of de man op zijn fiets uit 1910,
die op deze fiets van de Noordkaap naar Zuid Noorwegen ging. Dit
zijn pas helden.
Na de volgende morgen weer alles ingepakt te hebben, eerst ontbeten
in het hotel bij de camping. Het barste van de toeristen, vanuit de
hele wereld waren ze aanwezig. Het meest vielen de Japanners op met
hun camera’s en fototoestellen. Ze hadden zelf Japanse serveersters.
Via de nieuwe tunnelweg naar Alta ( 230 km) eerst terug naar de
Porsangerfjord, en dan via Olderdalen naar Kvalsund. Onderweg is er
de mogelijkheid om in Stalloen een offerplaats en rotstekeningen te
bekijken. Helaas was de toegangspoort gesloten. Na ca. 10 km was de weg opengebroken. Via de gevreesde
gravel, langs de wanden van de Norskehavet. Ook hier soms
behoorlijke hoogteverschillen, geen vangrail en soms dikke keien.
Gelukkig had ik mijn tank en frame afgeplakt met folie.
De verademing kwam toen we de wegwerkzaamheden gepasseerd waren. Nu
konden we rustig genieten van de prachtige uitzichten. Je wilt
overal wel stoppen om te fotograferen en te filmen, maar waar is het
einde. Je stopt, zet iets op de foto, kleedt je aan rijdt weer, en 2
minuten later zie je weer iets moois. Geen beginnen aan. Net weer
een foto gemaakt, net weer aan het rijden, en na de volgende bocht
een Saami markt. Toch maar weer stoppen, stalletjes bekijken, foto’s
nemen, filmen, en maar weer op pad. En het zou nog mooier worden. De
camping in Alta was ook weer goed verzorgd. Het begint eentonig te
worden.
Benzine
De volgende dag naar Krokelvdalen (435 Km) Ook nu weer zon en regen.
We nemen de boot van Olderdalen naar Lyngseidet. Zeker de moeite
waard, en het scheelt 100 km rijden. Onderweg kun je mooi foto’s
maken, en jezelf trakteren op een kop koffie en een fishburger. Het
regent weer maar nu harder. Ik moet tanken, maar waar . Na verloop
van tijd gaat mijn benzinelampje steeds sneller knipperen. Het wordt
tijd. Nog steeds geen benzine pomp. Eindelijk een benzinepomp. Ik
wil gaan tanken, maar krijg een wee gevoel in de maag als ik een
bordje zie staan “ out of services”. Dat is balen. Maar weer verder.
Het lampje brandt nu continue. Ik merk tijdens het gas geven al dat de
motor begint in te houden. Dit kan niet lang meer duren. Ik begin
steeds verder achter de anderen te raken. Behoedzaam probeer ik om
de laatste meters uit de motor te persen. Net als ik besluit om de
motor aan de kant te zetten, zie ik links in een dorpje een
lichtmast van Stadtoil. Zou het? En ja, een grote moderne
benzinepomp, en ook nog open. Ik heb een tankinhoud van 23 liter. Er
ging maar 22,5 liter in. Gered, maar voor mijzelf besloot ik om nu
na iedere 150 km toch maar het zekere voor het onzekere te nemen, en
de tank vol te gooien. Gelukkig bleek dit achteraf een uitzondering
geweest te zijn, want hoe verder we kwamen, hoe meer benzinestations
we tegenkwamen.
Na aankomst in Krokelvdalen de omgeving bekeken. De camping is de
slechtste tot nu toe. In de huisjes heb je de indruk dat alles bij
elkaar gezocht is. De Kampwinkel is in mijn ogen te duur. Douchen
kost 10 NKR voor 4 minuten. We moeten hier twee dagen blijven, want
de volgende dag hebben we een rustdag.
Gelukkig is het die morgen bijna droog. We gaan naar Tromsǿ om de
stad te bekijken.
We parkeren de motoren in de parkeer garage, maar weten niet hoe we
moeten betalen. Bij navraag bleek dat we wel moesten betalen, maar
men verklaarde ons voor gek als we het deden. Het zou de Politi te
veel moeite kosten om geld van buitenlanders te innen. Tromsǿ is een
leuke stad, met historische gebouwen, een leuk centrum, en
natuurlijk de onvermijdelijke haven.
Ondertussen regende het hardop. Mijn nieuwe Alpinestars hadden er geen zin meer in. Mijn linker laars stond
redelijk vol water. Dit was stevig balen. Ik rijdt zomer en winter
op de motor, en bespaar niks op kleding. Ik draag dit merk laarzen
nu al een jaar of zes, omdat ze 100 % waterdicht zijn. Speciaal voor
de vakantie had ik een nieuw paar gekocht.

Controle
De volgende morgen de huisjes schoongemaakt. Dit was de enigste
camping waar je bij aankomst 100 NKR borg moest betalen voor de
huisjes. De volgende morgen dus gemeld dat we wilden vertrekken. De
eigenaar van de camping zou eerst langskomen om de huisjes te
inspecteren. Dit deed hij dan ook. Op zijn electrische driewieler,
nee, hij was niet hulpbehoevend, kwam hij langs. Hij ging onder de
mat kijken of er rommel onder geveegd was, voelde of de dweil nat
was, en streek met zijn vinger over de vloer. Er werd nog even
gekeken of de asbak gebruikt en leeg was, en toen alles goed was
kregen we de 100 kronen weer. Dit heeft ons ruim een half uur
gekost.
De route vandaag brengt ons naar Sortland, 360 km.
We gaan met de boot van Gryllefjord naar Andenes over de 51. Dit is
één van de mooiste wegen die ik ooit heb gezien. Hou wel rekening
met lange wachttijden bij de boot. Toen wij aankwamen, was de boot
net weg. Je moet dan lang wachten. Onderweg zie je grillige
rotsformatie’s. Ook leuk is het Trollenmuseum halverwege de 51 vlak
voor Gryllefjord.
Vanuit Andenes reden we via de prachtige weg (geen nummer) langs
Bleik en Stave langs de westkust.
We arriveerden tegen 19:00 uur op de camping. De eerste indruk van
de camping was goed. Ook hier hadden we een rustdag. De vrouw van de
eigenaar, bood aan om ons warm eten te maken. Prima. Gehaktballen
met cranberrie’s, aardappelen, geprakte doperwten en nog iets wat op
witte kool leek, maar anders smaakte.
De afknapper kwam toen we de huisjes zagen. Klein, veel te klein.
Gelukkig sliepen we er maar met twee personen in. We moesten de
koffers op de motor laten. Hiervoor was geen plaats in de huisjes.
Ik begrijp nog niet hoe het geregeld kon worden dat we 2 nachten in
een poppenkast huisje moesten blijven. In de hele reis waren 2
rustdagen ingepland. Voor mij was dit beslist overbodig. Tenminste
op deze plaatsen. In de nabije omgeving was niet veel te zien.
In Andenes bestond de mogelijkheid om op Whale safari te gaan. Leuk,
eerst 100 km heen rijden, dan de hele dag op de boot, (ca 175,00
euro) 35 % kans dat je een walvis zag, om 00:00 uur terug in Andenes,
en dan nog weer 100 km terugrijden naar de camping.
Echter als je geen walvis zag, mocht je de volgende dag gratis mee.
(en de planning dan?)
Ook kan je vanuit Sortland naar de Lofoten. Heenreis 210 Km, dagje
kijken, en 210 km terug.
Dit lijkt niet veel, maar in Scandinavië kan een rit van 200 km, de
hele dag duren. We hebben dit niet gedaan. Achteraf een juiste
beslissing, want later spraken we een echtpaar die dit wel gedaan
hadden, en laat in de nacht weer op de camping geweest waren.

De volgende morgen op weg naar Fauske, 230 km.
We gaan met de ferry van Lodingen naar Bognes, wat weer een leuke
onderbreking is. De weg door Sommarset gaat door een mooie omgeving
en diverse tunnels.
Op de camping aangekomen, was het eerste dat me opviel, de rust die
de camping uitstraalde. Minpunt was dat de eigenaresse geen woord
Duits of Engels sprak. Na het alom gebruikelijke handen en
voetenwerk, toch de juiste huisjes gekregen. We vroegen waar de
Saltstraumen waren. Het was ruim 50 km
naar de Saltstraumen. De Saltstraumen is een indrukwekkende
getijdenstroom waar elke 6 uur water door een opening van 150 meter
breed en 3 kilometer lang geperst wordt. Jammer dat dit om de 6 uur
is, want je moet als je pech hebt, lang wachten.
Vlak voor de Saltstraumen, bij een brug zie je grillig uitgeslepen
rotsen in het water. Bij de Saltstraumen is een hotel, waar je weer
redelijk goedkoop een dinnerbuffet kunt krijgen.
Nederlanders
Laat in heel Noorwegen merken dat je uit Nederland komt. Een aantal
keren meegemaakt dat gevraagd werd of we uit Nederland of Duitsland
kwamen. Als ze wisten dat we uit Nederland kwamen, was de koffie
soms ineens minder duur.
Namsos, 505 km, vandaag een dikke rit. Echt niet veel tijd om
onderweg dingen te bekijken.
Onderweg bij toeval een hele leuke doorgang van een rivier in de
rotsen gevonden. De rotsen waren mooi rond uitgeslepen. Vreemd dat
dit nergens vermeld staat.
De poolcirkel weer gepasseerd. Deze keer was de winkel wel open. Een
certificaat gekocht, alsmede enige souvenirs. De poolcirkel ligt
hier op een hoogte van 650 meter. Er is onderweg veel te zien. Rij
rustig, en kijk ook eens naast de weg. Veel bezienswaardigheden
staan nergens vermeld.
We besluiten om Trondheim aan te doen. Het is 12:00 uur, en we
krijgen trek. Onze alom gewaardeerde voorrijder besluit om naar Ikea
te gaan. In eerste instantie was ik het er niet mee eens. In
Nederland kom ik nooit bij Ikea, omdat ik er niks aan vind, nu ben
je in Noorwegen en ga je naar Ikea. Maar goed, toch maar mee. Het
eten viel me best mee, en het was niet duur. Toch een goed idee.
Trondheim is een leuk plaatsje, met een mooi centrum. Wij hadden de
pech dat er een verkeersopstopping in het centrum was, en hebben
toen maar besloten om onze weg weer te vervolgen.
De camping was weer keurig, alsmede de huisjes. Alleen jammer dat er
een vliegveld voor ons huisje zijn start en landingsbaan had. Maar
ja, alles went.
Koffie
bij een geiteboer
Vandaag op weg naar Oppdal, een rit van 315 km.
Ook nu weer een mooie rit, met redelijk weer. Na Steinkjer zie je de
uitlopers al van het Trondheimfjord. Bij Randen gaat deze weg
behoorlijk steil omhoog en krijg je een mooi uitzicht op
deVågåvatnet. Daarna rijdt je door de bergen heen. Ontelbaar mooie
uitzichten, maar kijk uit, als je de motor wilt parkeren, blijken
veel parkeerplaatsen toch steiler te zijn dan ze lijken.
Onderweg veel rendieren, geiten , koeien en schapen op de weg
(trouwens in heel Noorwegen). Nog even koffie gedronken bij een
geitenboer, maar de geiten bleken ook koffie te lustten, en werden
opdringerig. Dus snel de koffie op, een stuk geitenworst
geprobeerd, en maar weer rijden.
Op de camping aangekomen leken de huisjes op bouwvallige schuurtjes.
De eigenaar was echter zeer vriendelijk, en uiterst behulpzaam. Van
binnen waren de huisjes toch goed en gezellig ingericht. De camping
bleek helemaal verbouwd (vernieuwd) te worden, en dit kost nog wel
even tijd.
Even voorbij de camping ligt de Magalaupet. De Driva perst zich met
grote kracht door een kloof van schitterende Augengneisses ( oeroud
Noors gesteente) De enorme kracht van het water heeft ronde kanalen
uitgehold. Erg mooi, maar pas op. De stenen zijn glad, en er zijn
geen hekken. Minder geschikt voor mensen met kinderen of
hoogtevrees.
Na een ontbijtje, op weg naar Leira, 275 km. Weer een prachtige
route door de bergen. Onderweg veel bekeken. We hadden verwacht dat de omgeving
iets rustiger zou worden. Fout gedacht, het bleef prachtig. De rit door de
bergen was imponerend. Veel mooie uitzichten, prachtige bochten en superstrak
asfalt. Dombås is een leuk plaatsje met vele leuke
winkeltjes. Hier staat ook een leuk kerkje die een bezichtiging
waard is. In de grote souvernir winkel is een aparte afdeling waar
je alles kunt kopen wat met Trollen verband houdt.
Na Dombås de route weer vervolgd, door het Ottadal. Veel mooie
uitzichten, prachtige bochten, en strak asfalt en via weg 15 naar
Lom.
De camping was Super. Keurig netjes, maar
wel erg klein. De huisjes hadden zelfs Tv. De toegankelijkheid naar
en op de camping is voor motoren iets minder. Er zitten behoorlijke
hellingen in het pad na het toegangsbord van de camping, en er
liggen veel losse stenen op het pad. Zolang er geen tegenliggers
aankomen is het goed te doen. Op de camping zelf is het pad ook niet
vlak. Uitkijken dus met rijden en parkeren. Bij de receptie krijg je
eerst te horen wat er allemaal niet mag op het terrein. Dit werd op
een hele vriendelijke manier verteld, en hadden er dan ook geen
enkele moeite mee. Geen vuur op de camping (dit was echt nieuw voor
ons in Scandinavië), niet grillen bij de hutten, niet roken, zelfs
bij de huisjes, tenzij je een asbak bij de receptie kwam halen. Ze
hadden een nette camping, en wilden dit zo houden. Absoluut waar,
wat een nette camping.
Laatste dag, naar Oslo/Parkeren motor
Rit van 180 km. Onderweg mooie route door de bergen. Men had ons gewaarschuwd voor
de enorme drukte rond Oslo, dus we maakten niet te veel stops, om
toch maar voor 17:00 bij de terminal te zijn. De drukte viel best
mee, net zo als bij ons in een kleine stad. Zonder oponthoud reden
we naar de terminal, alwaar we om 13:00 stonden. De terminal van de Stena Line ging echter pas om 17:00 uur open, en we mochten het
terrein niet op.
Het kantoor van de Stena Line was de vorige dag helemaal uitgebrand.
Dus bij de terminal geen koffie, eten of Wc’s. We hebben gevraagd of we de motoren alvast op het terrein mochten zetten,
zodat we dan even de stad in konden gaan. Ook dit mocht niet, en als
we dat wel deden, werden de motoren weggesleept.
Dus maar parkeren op een parkeerplaats. Hier moest je echter voor
betalen. Waar plaats je een kaartje op de motor? Na verloop van
tijd kwam er een parkeerwacht langs. Hiermee gepraat (meer
ouwehoeren) en deze vrouw zei dat we moesten betalen, maar dat zij
tot 16:00 uur dienst had, en we tot die tijd niet hoefden te
betalen. We hebben toen te voet een oud gedeelte van Oslo bekeken.
Na aankomst in Frederikshavn zijn we naar Westerlee gereden, een rit van 755
km. Om 08:00 uur konden we de terminal in Frederikshavn verlaten
Het weer was goed en we schoten lekker op. In Denemarken hebben we
ons enigszins aan de snelheid gehouden, maar éénmaal in Duitsland
toch maar de laatste millimeters profiel van de banden geprobeerd op
te stoken. Na een dag rijden, en de nodige pauze’s, stonden we om
17:45 uur bij de Poort van Groningen in Nieuweschans. Na een kop
koffie en afscheid van elkaar genomen te hebben, reden we ieder de
laatste kilometers naar huis.
Dit betekende het einde van een mooie, goed verzorgde en veel te
korte vakantie (3 weken).
Wil je echt van Scandinavië genieten, ga dan langer. De route’s zijn
behoorlijk intensief. Opschieten is er niet bij. Veel mooie dingen
kun je niet of nauwelijks bekijken omdat de te rijden afstanden
veel langer duren dan we hier gewend zijn. Heb je weinig
motorervaring? Bedenk dan eerst tweemaal of je het aankunt, en zo
ja, volg dan de aangegeven route’s.
Enkele tips voor motorrijders:
Zorg voor iets om je buddyseat mee te beschermen op de boot.
Neem een hard stukje metaal of hout mee voor onder de zijstander om
de motor op natte ondergrond neer te zetten.
Vertrek op nieuwe banden, het asfalt in Scandinavië is erg grof, en
de banden slijten snel, ook op de rechte stukken. Een campinggenoot
betaalde voor een nieuwe band in Noorwegen voor zijn BMW 1200 390
euro!
Tank na ongeveer 150 tot 200 km. Soms zijn benzinepompen dicht of
defect. Je kunt dan in de problemen komen.
Gebruik je kampeerhutten, ga dan nooit met 4 personen in een vier
persoonshut. Betaal liever iets meer en neem 2 vier persoonhutten.
De extra ruimte is gewoon prettig als je nat aankomt en alles moet
drogen.
In slechts 1 huisje was geen beddengoed aanwezig, een slaapzak is
altijd handig.
Neem een waterketel mee, vaak is die er niet. Een klein
gasbrandertje kan ook handig zijn. In één huisje werkte de kookplaat
niet goed.
Als je op een camping aankomt, zorg er tenminste voor dat je iets te
eten bij je hebt.
Het douchen kost 10 kronen voor 4 en 5 minuten.
Neem zelf bestek en een klein pannetje mee.
Verzamel oud ondergoed en andere kleding, draag dit, en gooi het dan
weg. Scheelt een hoop ruimte voor souvenirs en andere dingen.
In elk huisje, in tegenstelling tot wat er in de folder staat, was
stroom aanwezig, maar voor noodgevallen had ik een Solarcharger bij
de ANWB gekocht. Je hebt dan altijd stroom voor je telefoon of
foto/filmapparatuur.
Zorg voor een verzekering met vervangend vervoer. Reisgenoten met
pech hadden dit gedaan bij de ANWB, maar werden niet geholpen omdat
Noorwegen te ver weg was. Overleg dus goed met uw adviseur.
Neem een stuk touw of draad mee. Je kunt dit gebruiken als waslijn.
Een sjorband voldoet ook prima.
Doe iets meer lucht in je banden dan normaal, door het groffe asfalt
worden de banden erg plat. Als je er iets meer lucht in doet,
blijven ze langer hun vorm houden. Vertrek altijd op nieuwe banden.
Zijn je oude banden nog goed? Vervang ze toch, en laat ze weer
monteren als je terug bent.
Als je de liggingen van de campings opzoekt op Google Maps, ga er
dan niet blindelings vanuit dat de aangegeven ligging klopt. Zo
staat de camping in Kronogard in Google Maps ongeveer 35 kilometer
de verkeerde kant op. We hebben meerdere afwijkingen gevonden, maar
in vele gevallen, als je de weg gewoon blijft volgen, vindt je ze
wel.
Het is prettig als je van te voren weet waar je kunt slapen. Je
hoeft aan het einde van de dag dan niet meer naar een camping te
zoeken. In meerdere gevallen bleek een camping ook duurder te zijn
als je deze niet van te voren bespreekt. Nadeel van deze reis de grote verschillen in te rijden route’s per dag. Een dagroute
van 500 km is gewoon te lang. Dit is de hele dag rijden, en weinig
tijd om iets te bezichtigen. De overnachtingsplaatsen zouden wat mij
betreft gelijkmatiger over de route verdeeld kunnen worden.
Ongetwijfeld zal Buro Scan Britain een goede reden gehad hebben om
het zo in te delen als ze nu gedaan hebben. Het is prettig zaken
doen met Scan Britain mede door Jeanne Scholts die onze vragen
altijd keurig en snel beantwoord heeft.
Tot slot wou ik Eppie even bedanken voor zijn voortreffelijke manier
van voorrijden, zonder GPS, maar met de ouwe vertrouwde routerol.
Eppie en zijn GTR van 1993 met 150.000 km op de teller waren voor
ons vertrouwde metgezellen, die soms met correcties van onze Garmins
ons op een onvergetelijke wijze door deze tocht van drie weken heen
geleid hebben.
Alle motoren hebben het heel goed gedaan. We hebben geen technische
problemen gehad (alleen de Yamaha had een eigen wil, en bleef staan
waar hij dacht dat het mooi was, maar zijn baasje kon hem iedere
keer toch weer overtuigen verder te gaan).
W.Park
|
|